Gitaarklanken uit een hammondorgel

Sainte Cécile en The Group herhalen legendarisch concert uit 1969

Het geldt - zelfs een kleine halve eeuw na dato - nog altijd als een van de onbetwiste hoogtepunten van de rockgeschiedenis: het legendarische concert van de Britse hardrockband Deep Purple in samenwerking met The Royal Philharmonic Orchestra in 1969. De twee iconen uit - zeker destijds - twee volstrekt van elkaar gescheiden werelden, verzorgden op 24 september van dat jaar een gezamenlijk optreden in de Royal Albert Hall in Londen. Het nooit eerder vertoonde muzikale treffen werd zo bijzonder gevonden, dat het live werd uitgezonden op de BBC. De registratie van het Concerto for Group and Orchestra verscheen drie maanden later op een zeer succesvolle lp.

De Royal Albert Hall in Londen – wereldberoemd vanwege de jaarlijkse Last Night of the Proms – mag dan een paar maatjes groter zijn dan de Rodahal in Kerkrade; het neemt niet weg dat woensdagavond verder zo’n beetje alle voorwaarden aanwezig waren om het spectaculaire Classic meets Rock-treffen van destijds nog eens dunnetjes over te doen. Met dit keer in de hoofdrollen de Koninklijke Harmonie Sainte Cécile uit Eijsden en Rockband The Group, onder leiding van Jan Cober.

Het publiek luisterde zichtbaar geconcentreerd naar het muzikale vuurwerk dat vanaf het podium de nagenoeg uitverkochte zaal werd ingeschoten. Het snerpende hammondorgel – dat in dit geval op wilde wijze werd bespeeld door organist Thijs Schrijnemakers – klonk als een virtuoos bespeelde elektrische gitaar, wat zorgde voor een onuitwisbare indruk.

Het Concerto for Group and Orchestra, een compositie van Jon Lord, was vooraf aangekondigd als ‘misschien wel het meest speciale optreden in de concertreeks van het WMC 2017’. Mensen die er woensdagavond niet bij waren, zouden weleens het gevoel kunnen krijgen dat ze iets heel bijzonders hadden gemist.

En daarmee was niets teveel gezegd. Na een op zichzelf al bijzonder voorprogramma met werken van Alexandre Kosmicki (Fantasmagorie) en Maurice Ravel (La valse, un poème choréographique pour orchestre; een stuk uit 1920 met een politiek-maatschappelijke lading en tevens een ode aan de Weense wals, en natuurlijk de Bolero – een opwarmertje in samenspraak met The Group) verruilden de leden van Sainte Cécile hun bekende witte uniformen voor zwarte kleding om zich over te kunnen geven aan het wat ruigere werk.

Het Concerto for Group and Orchestra riep ook woensdag weer de onmiskenbare sfeer van de jaren zeventig op: niet alleen het antiek ogende houten hammondorgel wierp het publiek veertig jaar terug in de tijd, ook de overduidelijk op Bach geïnspireerde compositie zelf deed wat dat betreft heel goed haar werk: een indrukwekkend drumsolo van Jules Piters werd moeiteloos ondersteund door de paukenist van Sainte Cécile; de hoge zang van Luc Devens riep onvermijdelijk herinneringen op aan het betere melodieuze hitwerk uit de gouden jaren van de pop.

De aankondiging dat het stuk popgeschiedenis uit 1969 zich op deze zomerse woensdagavond in 2017 in Kerkrade zou herhalen, mag dan een tikje overdreven zijn geweest, een bijzondere avond was het zeker. Een avond die bovendien voor spoedige herhaling vatbaar is, al was het maar om al diegenen die spijt hebben dat ze het Concerto for Group and Orchestra hebben gemist een nieuwe kans te geven.