'Eindelijk de eerste plaats!'

Week van de Winnaar - 1 van 7

Het laatste weekend van het Wereld Muziek Concours wordt van oudsher gezien als het kampioensweekend: dan worden de prijzen uitgereikt. Tijdens de eerste zondag van WMC viel de Belgische Brassband Willebroek echter al in de prijzen. Zij pakten op 9 juli in de Rodahal de titel WMC World Champion Brass Bands met een overtuigende score: 97,50. De eerste Belgische wereldkampioen. Het gevoel dat nu bij de club heerst? ‘Eindelijk de eerste plaats.’

‘We doen al jaren mee en we hebben vaak naast de eerste prijs gegrepen,’ zegt dirigent en voorzitter Frans Violet (1954) aan de telefoon, Nu is het ons eindelijk gelukt om de beste te zijn. Na zoveel jaren hard werken, geeft dit ons natuurlijk een heel goed gevoel.’

Tijdens de WMC’s in 2001 en 2005 claimde Willebroek de tweede plaats en in 2011 werden ze derde. Op de vraag waarom het deze keer wel lukte om de eerste prijs binnen te slepen, kan hij geen eenduidig antwoord geven. ‘Alles moet natuurlijk meezitten: het publiek, de samenstelling van de stukken en de jury. En we hebben de stukken bijna vlekkeloos gespeeld.’ Dat laatste blijkt uit de punten die de jury toekende: 97 punten voor het verplichte werk en 98 voor het keuzestuk. Met een gemiddelde score van 97,50 bleef het nog relatief jonge orkest de National Band of New Zealand en beroemde Carlton Main Frickley Colliery Band ruim voor. Zij scoorden beiden 95 punten.

Die hoge score heeft volgens Violet ook te maken met de grondige voorbereidingen op deze 18e editie van het Wereld Muziek Concours. ‘In de twee weken voor WMC kwamen we vrijwel dagelijks bij elkaar om de stukken door te nemen. Je begint niet heel lang van tevoren, maar het is wel heel intensief.’

De brassband is nog jong: de gemiddelde leeftijd van de muzikanten is rond de 25 jaar. ‘Het is extra bijzonder dat we met zo’n jong orkest een dergelijke prestatie neerzetten’, zegt de dirigent. Nervositeit is er, ondanks de goede voorbereiding, altijd onder de muzikanten, maar het is geen plankenkoorts. ‘Je bent bang voor de ontgoocheling op het moment dat je slecht scoort. Het is eerder de angst om te falen, dan de angst om het podium te moeten betreden met een groot publiek in de zaal.’

Wat er de komende weken op het programma staat? ‘We gaan eerst eens een feestje vieren.’