Carlton Main: de band waarmee het allemaal begon

Carlton Main stond aan de wieg van het Wereld Muziek Concours. Maandagavond stond de band, samen met het Noorse Manger Musikklag, in de Rodahal tijdens het Brass Gala Concert. Cornettist David Read was er toen bij en staat nu weer op het podium, al is het in een andere rol.

De Carlton Main Frickley Colliery Band is volgens de geschiedenisboeken het orkest waar het allemaal mee begon. De mijnwerkersband uit West-Yorkshire speelde in 1949 samen met Harmonie St. Aemiliaan Bleijerheide en St. Pancratius Nulland uit Kerkrade. Een concert op de Markt in Kerkrade dat naar verwachting 1.500 bezoekers zou trekken. Dat werden er 6.000. Dit optreden, in een tijd dat het leven zowel in Yorkshire als in Kerkrade gedomineerd werd door de kolenindustrie, markeerde de start van het Wereld Muziek Concours. Inmiddels hebben beide regio’s zich ontdaan van hun zware, zwarte industrie, maar de muziek die onlosmakelijk verbonden was aan de mijnen is nog altijd springlevend.

Maandagavond stond Carlton Main onder leiding van de Nederlandse dirigent Erik Janssen op het podium van de Rodahal. Het is al jaren geen mijnwerkersband meer, maar het orkest mag zich nog altijd rekenen tot de absolute wereldtop. De muzikanten zijn jong en het repertoire doorstaat de tand des tijds moeiteloos. De vertolkingen van de Earth, Wind & Fire-klassieker September en Live and Let Die van Paul McCartney klinken vol en knallen dwars door de goedgevulde Rodahal. Bij het nummer van McCartney is het vooral cornetsolist Connor Lennon die zorgt voor een extra dimensie in de muziek. Hij blaast de onmiskenbare melodie van de Bond-tune energiek de zaal in.

Guest of honor van dit Brass Gala was oud-cornettist David Read. Read was er in 1949 als 16-jarige jongen bij en werd tijdens deze avond door artistiek leider van WMC Harrie Reumkens benoemd tot ambassadeur van het Wereld Muziek Concours. Reumkens roemde hem voor zijn onmiskenbare invloed op de blaasmuziek. Read, inmiddels de tachtig ruim gepasseerd, nam voor even het dirigeerstokje van Janssen over om nog een keer ‘zijn’ orkest te leiden.